Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de lekkere taart' of 'het lekkere brood', gebruik je 'lekkere' vóór een zelfstandig naamwoord met een lidwoord.
- Met bepaald lidwoord
- lekkere
- "De lekkere taart is snel op."
- Met onbepaald lidwoord
- lekker
- "Hij heeft een lekker broodje gekocht."
- Zonder lidwoord
- lekker
- "Als dessert is chocola lekker."
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn' of 'worden' gebruik je 'lekker': De taart is lekker.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt en zegt dat iets lekkerder is dan iets anders, gebruik je 'lekkerder'. Bijvoorbeeld: 'De soep is lekkerder dan de salade'.
- Grondvorm
- lekkerder
- "Deze pizza is lekkerder dan die pastasalade."
- Met "dan"
- lekkerder dan
- "Het ijs was lekkerder dan de cake."
Overtreffende trap
Als je zegt dat iets het allerlekkerst is, gebruik je 'lekkerst' of 'lekkerste': Het ijs is het lekkerst.
- Attributief
- lekkerste
- "Dit is de lekkerste appeltaart die ik ooit heb gehad."
- Predicatief
- lekkerst
- "Van alle gerechten is de pasta het lekkerst."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'lekker' kan zowel eten als andere dingen omschrijven die een fijn gevoel geven.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.