Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de lelijke hond' of 'een lelijke auto', gebruik je 'lelijke' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de lelijke hond
- "De lelijke hond blaft."
- Met onbepaald lidwoord
- een lelijke auto
- "Dat is een lelijke auto."
- Zonder lidwoord
- lelijk
- "Lelijk, maar schattig."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'lelijk': De hond is lelijk.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt, gebruik je 'lelijker': Deze auto is lelijker dan die ander.
- Grondvorm
- lelijker
- "Deze auto is lelijker dan die."
- Met "dan"
- lelijkste
- "Dit is de lelijkste auto in de stad."
Overtreffende trap
Als je het hoogste niveau zegt, gebruik je 'lelijkst': Dit is de lelijkste auto.
- Attributief
- de lelijkste
- "Hij heeft de lelijkste trui."
- Predicatief
- lelijkst
- "Dit schilderij is het lelijkst."
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.