Lens
Attributieve vormen
Als je 'lens' voor een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'lenze'. Bijvoorbeeld: 'de lenze bril' of 'een lenze foto'. Voor onzijdige woorden in het enkelvoud (met 'het') gebruik je soms gewoon 'lens', zoals in 'het lens glas'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'lens'. Bijvoorbeeld: 'De foto is lens' of 'Het beeld wordt lens'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets meer lens is dan iets anders, gebruik je 'lenzer'. Bijvoorbeeld: 'Deze foto is lenzer dan die andere'. Je kunt ook 'lenzer dan' gebruiken om een vergelijking te maken: 'Mijn bril is lenzer dan die van jou'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor de overtreffende trap gebruik je 'lenst' als het adjectief alleen staat (bijv. 'Dit is het lenst'). Als het voor een zelfstandig naamwoord staat, gebruik je 'lenste' (bijv. 'de lenste foto').
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- irregular:'Lens' is een onregelmatig adjectief. In de stellende trap verandert het niet voor onzijdige woorden in het enkelvoud (bijv. 'het lens glas'), maar wel voor de-woorden ('de lenze bril').
- usage:'Lens' wordt vooral gebruikt in technische of fotografische contexten. In alledaagse taal zeg je eerder 'wazig' of 'onscherp'.
- spelling:Let op: in de vergrotende trap schrijf je 'lenzer' (met een 'z'), niet 'lenser'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.