Lensen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'lensen' wordt specifiek gebruikt in de context van boten en schepen, om aan te geven dat water uit een boot wordt verwijderd.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik lens mijn boot elke week om hem in goede staat te houden.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de boot al gelenst? Er staat nog veel water in.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je de boot niet lenst, kan hij gaan roesten.
tegenwoordige tijd, voorwaardelijke wijs
De kapitein beval dat de matrozen de boot moesten lensen.
verleden tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.