Lenzen
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'lenzen' wordt specifiek gebruikt in de context van het dragen van contactlenzen. Het is een modern werkwoord en komt minder vaak voor in traditionele teksten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik lens mijn ogen elke dag omdat ik geen bril wil dragen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je ooit je ogen gelensd?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Lens je ogen niet als je moe bent, dat is niet goed voor ze.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Als hij zijn ogen zou lenzen, zou hij beter kunnen zien tijdens het autorijden.
onvoltooid verleden toekomende tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.