NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'lepelen' wordt vaak gebruikt in de context van eten, met name soep of andere vloeibare gerechten.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Ik lepel elke dag mijn yoghurt met een lepel.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Gisteren lepelde zij haar soep heel voorzichtig.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Heb je de soep al helemaal gelepeld?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Lepel je bord leeg!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.