NEDERLANDS
🇳🇱

Lesgeven

WerkwoordA1

Hulpwerkwoord

hebben

onregelmatig werkwoord (splitsbaar: les|geven)

Het werkwoord 'lesgeven' betekent het onderwijzen van een vak of onderwerp aan anderen. Het kan zowel formeel (bijv. op scholen) als informeel (bijv. privélessen) gebruikt worden.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik

  • jij / je, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik geef al vijf jaar les in Nederlands.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Vroeger gaf hij les op een basisschool, maar nu werkt hij op een universiteit.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zij heeft jarenlang lesgegeven voordat ze directeur werd.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Geef jij les aan deze groep of aan de andere?

    tegenwoordige tijd, vragende wijs

  • Het is belangrijk dat u lesgeeft met enthousiasme.

    tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.