Lippen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk, regelmatig (met uitzondering van de aanvoegende wijs)
Het werkwoord 'lippen' betekent het zonder geluid meebewegen van de lippen met gesproken woorden, vaak om iets te imiteren of te volgen. Het wordt meestal gebruikt in contexten zoals voorlezen, acteren, of het volgen van een gesprek zonder geluid.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik lip de tekst van het liedje altijd mee als ik het op de radio hoor.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren lipte hij de hele toespraak van de directeur na.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij heeft de woorden van de acteur perfect gelipt tijdens de repetitie.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Lip de tekst precies zoals je hem hoort!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat je de woorden lippe zonder geluid te maken.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.