Lippen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk, regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'lippen' betekent het zonder geluid meebewegen van de lippen met gesproken tekst, vaak om te oefenen of om iemand te begrijpen zonder geluid te maken.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik lip de woorden van het liedje altijd mee als ik het hoor.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft de hele toespraak gelipt omdat ze hem uit haar hoofd kende.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Lip de tekst mee tijdens de repetitie, zodat je de woorden leert.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hij lipte de dialoog van de film terwijl hij naar het scherm keek.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.