Logeren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Het werkwoord 'logeren' betekent tijdelijk ergens verblijven, vaak bij vrienden, familie of in een accommodatie zoals een hotel of pension. Het impliceert meestal een kort verblijf.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik logeer volgende week bij mijn broer.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij heeft vorig jaar in Parijs gelogeerd.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Logeer je vaak bij je familie?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Als je in de stad bent, kun je bij mij logeren.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.