Attributieve vormen
Als je zegt 'de lange tafel' of 'een lange broek', gebruik je 'lange' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de lange
- "De lange tafel staat in de kamer."
- Met onbepaald lidwoord
- een lange
- "Ik heb een lange broek gekocht."
- Zonder lidwoord
- lang
- "Het huis is lang."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'lang': De tafel is lang.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets langer is dan iets anders, gebruik je 'langer': Deze weg is langer dan die weg.
- Grondvorm
- lang
- "Dit boek is lang."
- Met "dan"
- langer
- "Dat boek is langer dan dit boek."
Overtreffende trap
Als je het hebt over de hoogste mate van iets, gebruik je 'langste': Hij is de langste leerling van de klas.
- Attributief
- de langste
- "Hij is de langste speler in het team."
- Predicatief
- langste
- "Hij is de langste van de vrienden."
Belangrijke opmerkingen
- usage:In het Nederlands verandert 'lang' in 'lange' als het een zelfstandig naamwoord beschrijft.
- usage:Bij de vergrotende trap gebruik je 'langer' om een vergelijking te maken.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.