🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoordB1

Attributieve vormen

Als je zegt 'de lange tafel' of 'een lange broek', gebruik je 'lange' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de lange
"De lange tafel staat in de kamer."
Met onbepaald lidwoord
een lange
"Ik heb een lange broek gekocht."
Zonder lidwoord
lang
"Het huis is lang."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'lang': De tafel is lang.

lang
"De tafel is lang."

Vergrotende trap

Om te zeggen dat iets langer is dan iets anders, gebruik je 'langer': Deze weg is langer dan die weg.

Grondvorm
lang
"Dit boek is lang."
Met "dan"
langer
"Dat boek is langer dan dit boek."

Overtreffende trap

Als je het hebt over de hoogste mate van iets, gebruik je 'langste': Hij is de langste leerling van de klas.

Attributief
de langste
"Hij is de langste speler in het team."
Predicatief
langste
"Hij is de langste van de vrienden."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:In het Nederlands verandert 'lang' in 'lange' als het een zelfstandig naamwoord beschrijft.
  • usage:Bij de vergrotende trap gebruik je 'langer' om een vergelijking te maken.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.