Lui
Bijvoeglijk naamwoordA1
Attributieve vormen
Als je zegt 'de luie kat' of 'een luie bank', gebruik je 'luie' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'lui': Hij is lui.
Vergrotende trap
Als je iemand vergelijkt, zeg je: 'Zij is luier' dan gebruik je de vergrotende trap 'luier'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
De hoogste vorm is 'luist': Je kunt zeggen 'Dat is de luist' als je iets het luiest noemt.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:De vormen zijn niet altijd even gebruikelijk. 'Luier' en 'luist' horen bij meer informele situaties.
- spelling:Let op de spelling bij de verschillende vormen: 'luie' en 'luist'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.