🇳🇱

Lui

Bijvoeglijk naamwoordA1

Attributieve vormen

Als je zegt 'de luie kat' of 'een luie bank', gebruik je 'luie' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
Met onbepaald lidwoord
Zonder lidwoord

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'lui': Hij is lui.

Vergrotende trap

Als je iemand vergelijkt, zeg je: 'Zij is luier' dan gebruik je de vergrotende trap 'luier'.

Grondvorm
Met "dan"

Overtreffende trap

De hoogste vorm is 'luist': Je kunt zeggen 'Dat is de luist' als je iets het luiest noemt.

Attributief
Predicatief

Belangrijke opmerkingen

  • usage:De vormen zijn niet altijd even gebruikelijk. 'Luier' en 'luist' horen bij meer informele situaties.
  • spelling:Let op de spelling bij de verschillende vormen: 'luie' en 'luist'.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.