Luiden
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk (meestal), regelmatig (met uitzondering van het voltooid deelwoord)
Het werkwoord 'luiden' wordt vaak gebruikt in de context van klokken of bellen, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'De regels luiden als volgt...' (De regels zijn als volgt).
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
jullie
Voorbeelden
De kerkklokken **luiden** elke zondagochtend.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren **luidde** de bel veel te vroeg.
verleden tijd, aantonende wijs
De klokken hebben de hele nacht **geluid**.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Luid** de bel als je hulp nodig hebt.
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat de bel **luide** tijdens de noodsituatie.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.