Lusten
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord (iets of iemand lust iets)
Het werkwoord 'lusten' wordt voornamelijk gebruikt om voorkeuren voor eten en drinken uit te drukken. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, maar dat is minder gebruikelijk.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Lust je een appel? Ik heb er een paar meegenomen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Toen ik jong was, lustte ik geen spruitjes, maar nu vind ik ze heerlijk.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je ooit sushi gelust? Het is echt een aanrader!
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Lust dit eens, het is een nieuwe smaak!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Men hoopt dat hij het nieuwe menu luste, anders moet hij thuis eten.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.