🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA1

Enkelvoudsvormen

Een maand is een periode van ongeveer 30 of 31 dagen.

Bepaald (de/het)
de maand
"De maand januari is koud."
Onbepaald (een)
een maand
"Ik heb een maand vrij genomen."
Zonder lidwoord
maand
"De maand is bijna voorbij."

Meervoudsvormen

Maanden zijn de verschillende periodes binnen een jaar.

Bepaald (de)
de maanden
"De maanden van het jaar zijn januari, februari, enzovoort."
Zonder lidwoord
maanden
"Er zijn twaalf maanden in een jaar."

Verkleinwoord

het maandje
"Dit maandje is speciaal voor mijn verjaardag."

De diminutief is vaak schattig of geeft een kleiner gevoel.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • maandelijkse

    "Hij maakt maandelijkse betalingen voor zijn abonnement."

    maandelijkse betaling

  • maandafsluiting

    "De maandafsluiting komt eraan, dus we moeten alles op orde hebben."

    maandafsluiting van boeken

Veelgebruikte woordcombinaties

  • per maand

    "Ik verdien 2000 euro per maand."

    Dit geeft aan hoeveel iemand elke maand verdient.

  • maandelijkse kosten

    "De maandelijkse kosten zijn hoog door de huur."

    Dit verwijst naar de kosten die elke maand betaald moeten worden.

Belangrijke opmerkingen

  • countability:Maand is een telbaar zelfstandig naamwoord.
  • register:Het woord 'maand' kan in formele en informele contexten gebruikt worden.
  • usage:De maand wordt vaak gebruikt in tijdsaanduidingen en voor het plannen.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.