Maffen
Hulpwerkwoord
hebben
onovergankelijk, informeel, informeel taalgebruik (vooral in Nederland)
Het werkwoord 'maffen' betekent informeel 'slapen', vaak gebruikt voor een kort dutje of middagslaapje. Het is typisch Nederlands en minder formeel dan 'slapen'.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik ga vanmiddag even maffen, want ik heb slecht geslapen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft na het eten een uurtje gemaft.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Maf jij ook altijd na de lunch?
tegenwoordige tijd, vragende wijs
Als ik moe ben, mafte ik vroeger altijd op de bank.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.