Attributieve vormen
Als je zegt 'de makkelijke les' of 'een makkelijke taak', gebruik je 'makkelijke' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de makkelijke les
- "Dit is de makkelijke les."
- Met onbepaald lidwoord
- een makkelijke taak
- "Hij heeft een makkelijke taak."
- Zonder lidwoord
- makkelijk
- "Het is makkelijk."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'makkelijk': De toets is makkelijk.
Vergrotende trap
Voor de vergrotende trap gebruik je 'makkelijker': Deze oefening is makkelijker dan die.
- Grondvorm
- makkelijker
- "Deze les is makkelijker."
- Met "dan"
- makkelijker dan
- "Deze oefening is makkelijker dan die."
Overtreffende trap
In de overtreffende trap gebruik je 'makkelijkste': Dit is de makkelijkste manier.
- Attributief
- de makkelijkste
- "Dit is de makkelijkste manier."
- Predicatief
- makkelijkst
- "Deze toets is het makkelijkst."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Gebruik 'makkelijk' voor dingen die eenvoudig zijn.
- spelling:In de comparatieve en superlatieve vormen is een extra 'k' toegevoegd.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.