🇳🇱
deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

Het woord 'mand' betekent een container voor het opbergen of dragen van dingen.

Bepaald (de/het)
de mand
"Ik leg de appels in de mand."
Onbepaald (een)
een mand
"Ik heb een nieuwe mand gekocht."
Zonder lidwoord
mand
"Mand voor de was, alsjeblieft."

Meervoudsvormen

De meervoudsvorm 'manden' is gebruikelijk wanneer er meer dan één mand is.

Bepaald (de)
de manden
"De manden zijn gevuld met fruit."
Zonder lidwoord
manden
"We hebben twee manden vol spullen."

Verkleinwoord

mandje
"Ik heb een klein mandje voor de bessen."

Het diminutief 'mandje' suggerert iets kleins en schattigs.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • wasmand

    "De wasmand is vol."

    mand voor vuile was

  • polstermand

    "De polstermand staat in de hoek."

    mand voor het opbergen van kussens of dekens

Veelgebruikte woordcombinaties

  • gevulde mand

    "De gevulde mand staat op tafel."

    Dit betekent dat de mand vol is met goederen of voedsel.

  • mand met bloemen

    "Ze ontving een mand met bloemen."

    Dit verwijst naar een mand die gevuld is met bloemen, vaak als cadeau.

Belangrijke opmerkingen

  • register:Gebruik 'mand' meer in informele situaties, terwijl 'polstermand' meer formeel is.
  • countability:'Mand' is telbaar, er zijn bijvoorbeeld één of meer manden.
  • usage:'Mand' wordt vaak gebruikt om zowel praktische als decoratieve items te beschrijven.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.