Marcheren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord
Dit werkwoord wordt vaak gebruikt in militaire contexten of om een gestructureerde, ritmische beweging te beschrijven.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De scouts marcheren door het bos tijdens hun kamp.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Gisteren marcheerden we urenlang zonder pauze.
verleden tijd, aantonende wijs
Heb je ooit gemarcheerd in een parade?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Marcheer rechtop en met trots!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.