Martelen
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord (regelmatig)
Het werkwoord 'martelen' heeft een sterke negatieve connotatie en wordt vaak geassocieerd met fysiek of psychisch lijden toebrengen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden om extreme emotionele pijn te beschrijven.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De soldaten martelden de gevangenen om informatie te krijgen.
verleden tijd, aantonende wijs
Het is onmenselijk om iemand te martelen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zich jarenlang gemarteld met spijt.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Martel jezelf niet langer met die gedachten!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Het is belangrijk dat niemand gemarteld wordt.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.