Masteren
Hulpwerkwoord
hebben
regelmatig werkwoord (zwak werkwoord)
Het werkwoord 'masteren' betekent het volledig beheersen van een vaardigheid of onderwerp, vaak na veel oefening of studie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik master de Nederlandse taal door veel te oefenen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je de uitspraak van de 'R' al gemasterd?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je de taal wilt masteren, moet je veel lezen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Master deze woordenlijst voor het examen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.