Meebrengen
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord (iets meebrengen)
Het werkwoord 'meebrengen' betekent dat je iets of iemand bij je hebt wanneer je ergens naartoe gaat. Het impliceert vaak dat het meegebrachte iets nuttig of gewenst is in de context.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik, jij / je, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
jij / je
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Kun je wat snacks meebrengen voor de filmavond?
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn huiswerk niet meegebracht naar school.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Breng je zusje mee als je komt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij brachten vorig jaar veel souvenirs mee van hun reis.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.