NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

zijn

onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord

Het werkwoord 'meegaan' betekent letterlijk 'samen met iemand anders gaan'. Het wordt vaak gebruikt om uitnodigingen of gezamenlijke activiteiten aan te geven.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

  • ik, hij, zij / ze, het

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Wil je met ons meegaan naar het concert?

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij is gisteren met zijn ouders meegegaan naar de dierentuin.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Als je meegaat, kunnen we samen lunchen.

    tegenwoordige tijd, voorwaardelijke wijs

  • Ga je vanavond mee naar de film?

    tegenwoordige tijd, vragend

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.