Meegaan
Hulpwerkwoord
zijn
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord
Het werkwoord 'meegaan' betekent letterlijk 'samen met iemand anders gaan'. Het wordt vaak gebruikt om uitnodigingen of gezamenlijke activiteiten aan te geven.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, hij, zij / ze, het
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Wil je met ons meegaan naar het concert?
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij is gisteren met zijn ouders meegegaan naar de dierentuin.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Als je meegaat, kunnen we samen lunchen.
tegenwoordige tijd, voorwaardelijke wijs
Ga je vanavond mee naar de film?
tegenwoordige tijd, vragend
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.