Meenemen
Hulpwerkwoord
hebben
scheidbaar werkwoord, onregelmatig in de verleden tijd
Het werkwoord 'meenemen' betekent iets of iemand bij je hebben of naar een andere plaats brengen. Het wordt vaak gebruikt in alledaagse situaties.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik neem mijn tas altijd mee als ik boodschappen doe.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je je paspoort meegenomen voor de reis?
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij nam haar vriend mee naar het feest.
verleden tijd, aantonende wijs
Neem je paraplu mee, het gaat regenen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.