Meenemen
Hulpwerkwoord
hebben
scheidbaar werkwoord, onregelmatig in de verleden tijd
Het werkwoord 'meenemen' betekent iets of iemand van de ene plaats naar de andere brengen. Het wordt vaak gebruikt in alledaagse situaties.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik neem mijn lunch altijd mee naar kantoor.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je je paraplu meegenomen? Het regent buiten.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Zij nam haar vriend mee naar het feest vorige week.
verleden tijd, aantonende wijs
Neem wat snacks mee voor onderweg!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.