Middeleeuws
Attributieve vormen
Als je 'middeleeuws' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je 'middeleeuwse'. Bijvoorbeeld: 'een middeleeuwse stad' of 'de middeleeuwse kunst'. Dit geldt voor zowel de- als het-woorden. Bij een onbepaald zelfstandig naamwoord zonder lidwoord gebruik je 'middeleeuws': 'middeleeuws eten'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'middeleeuws'. Bijvoorbeeld: 'Dit boek is middeleeuws' of 'De stijl wordt middeleeuws'. Je voegt nooit een -e toe in deze vorm.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets meer middeleeuws is dan iets anders, gebruik je 'middeleeuwser'. Bijvoorbeeld: 'Dit schilderij is middeleeuwser dan dat schilderij'. Je kunt ook 'meer middeleeuws' zeggen, maar 'middeleeuwser' is gebruikelijker.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor de overtreffende trap gebruik je 'middeleeuwst' als het na het werkwoord komt: 'Dit is het middeleeuwst gebouw'. Als het vóór het zelfstandig naamwoord komt, gebruik je 'middeleeuwste': 'de middeleeuwste kathedraal'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- spelling:Bij de stellende trap krijgt 'middeleeuws' een -e in de attributieve vorm (middeleeuwse), maar niet in de predicatieve vorm.
- irregular:De vergrotende trap is onregelmatig: 'middeleeuwser' in plaats van 'meer middeleeuws'.
- usage:'Middeleeuws' wordt vaak gebruikt om dingen uit de Middeleeuwen (ongeveer 500-1500 na Christus) te beschrijven.
Blijf leren
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.