Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de moeë man' of 'een moeë vrouw', gebruik je 'moeë' vóór een zelfstandig naamwoord. Dit laat zien dat iemand moe is.
- Met bepaald lidwoord
- de moeë
- "De moeë man zit op de bank."
- Met onbepaald lidwoord
- een moeë
- "Een moeë vrouw leest een boek."
- Zonder lidwoord
- moe
- "Ik voel me moe."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' gebruik je altijd 'moe': Hij is moe. Dit vertelt ons dat iemand zich nu moe voelt.
Vergrotende trap
Als je iemand vergelijkt, gebruik je 'moeër': Zij is moeër dan hij. Dit betekent dat jij meer moe bent dan de ander.
- Grondvorm
- moeër
- "Zij is moeër dan gisteren."
- Met "dan"
- moeëre
- "Ik voel me moeëre dan hij."
Overtreffende trap
In de overtreffende trap, zeg je 'de meest moeste': Hij is de meest moeste persoon hier. Dit betekent dat hij de meeste moeheid heeft van iedereen.
- Attributief
- moeste
- "Hij is de meest moeste persoon hier."
- Predicatief
- moest
- "Zij is de moest van de groep."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'moe' verandert in verschillende vormen afhankelijk van context, vooral bij de vergrotende en overtreffende trap.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.