Attributieve vormen
Als je zegt 'de moeilijke vraag' of 'een moeilijke opdracht', gebruik je 'moeilijke' voor het zelfstandig naamwoord
- Met bepaald lidwoord
- de moeilijke vraag
- "De moeilijke vraag was niet eenvoudig."
- Met onbepaald lidwoord
- een moeilijke vraag
- "Dat is een moeilijke vraag."
- Zonder lidwoord
- moeilijk
- "Het is moeilijk om dat te begrijpen."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'moeilijk': De toets is moeilijk.
Vergrotende trap
Je zegt 'moeilijker' om te vergelijken. Bijvoorbeeld: 'Dit boek is moeilijker dan dat boek.'
- Grondvorm
- moeilijker
- "Deze opdracht is moeilijker dan de vorige."
- Met "dan"
- moeilijker
- "Het examen is moeilijker dan ik dacht."
Overtreffende trap
Gebruik 'moeilijkste' om het hoogste niveau van moeilijkheid aan te geven. Bijvoorbeeld: 'Dit is de moeilijkste les van de cursus.'
- Attributief
- de moeilijkste opdracht
- "Dat was de moeilijkste opdracht van het jaar."
- Predicatief
- moeilijkst
- "Dit is het moeilijkst wat ik ooit heb gedaan."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Moeilijk' kan in veel contexten gebruikt worden, van school tot dagelijkse situaties.
- spelling:Let op de schrijfwijze; 'moeilijk' heeft altijd de 'ij' klank.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.