🇳🇱
de-hetZelfstandig naamwoord
1
Simple
Past Tense
Future Tense
Compound
Interrogative
Imperative
Complex
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Jonge student die zijn veters strikt in een serene straat tijdens de ochtend na zonsopgang, omringd door monumentale architectuur
2
Simple
Future Tense
Imperative
Context & Scenario
Context & Scenario
Complex
Present Tense
Declarative
Context & Scenario
Related Word
Idiomatic
Compound
Past Tense
Interrogative
Context & Scenario
Synonym
Een levendige Barok scène met professionals die aan een grote tafel plannen bespreken voor een belangrijke afspraak morgen om tien uur.
3
Present Tense
Future Tense
Context & Scenario
Context & Scenario
Compound
Past Tense
Interrogative
Imperative
Synonym
Idiomatic
Simple
Complex
Declarative
Context & Scenario
Related Word
Abstracte kleurrijke afbeelding van een toekomstig evenement met een grote klok en spraakballon.
4
Complex
Future Tense
Interrogative
Context & Scenario
Related Word
Compound
Past Tense
Context & Scenario
Context & Scenario
Idiomatic
Simple
Present Tense
Declarative
Imperative
Synonym
Kinderen spelen in een winterlandschap met sneeuw, bouwen een sneeuwman, maken sneeuwengelen en glijden.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.