NEDERLANDS
🇳🇱

Muts

deZelfstandig naamwoordA2

Enkelvoudsvormen

Het woord 'muts' wordt in het enkelvoud gebruikt om één exemplaar van een hoofddeksel aan te duiden. Het is een concreet zelfstandig naamwoord.

Bepaald (de/het)
Onbepaald (een)
Zonder lidwoord

Meervoudsvormen

Het meervoud van 'muts' is 'mutsen'. Dit gebruik je als je het over meerdere mutsen hebt.

Bepaald (de)
Zonder lidwoord

Verkleinwoord

Het 'mutsje' wordt vaak gebruikt om iets klein of schattig aan te duiden, vooral bij kinderen of als liefkozende term.

informeel

Veelgebruikte samenstellingen

  • wollen muts

    een muts gemaakt van wol

  • bivakmuts

    een muts die het hele hoofd bedekt, behalve de ogen, vaak gebruikt door skiërs of criminelen

  • wintermuts

    een muts speciaal bedoeld voor de winter

Veelgebruikte woordcombinaties

  • opzetten

    'Muts opzetten' betekent de muts dragen of aandoen.

  • afzetten

    'Muts afzetten' betekent de muts afdoen of uitdoen.

  • warm

    'Warm' wordt vaak gebruikt om aan te geven dat de muts goed isoleert tegen de kou.

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Muts' wordt vaak geassocieerd met koude weersomstandigheden en winterkleding.
  • countability:'Muts' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus spreken van 'één muts', 'twee mutsen', enzovoort.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.