Muts
Enkelvoudsvormen
Het woord 'muts' wordt in het enkelvoud gebruikt om één hoofddeksel aan te duiden. Het is een concreet zelfstandig naamwoord en wordt vaak gebruikt in alledaagse situaties.
- Bepaald (de/het)
- Onbepaald (een)
- Zonder lidwoord
Meervoudsvormen
Het meervoud van 'muts' is 'muts**en**'. Dit gebruik je als je het over meerdere mutsen hebt.
- Bepaald (de)
- Zonder lidwoord
Verkleinwoord
Het 'mutsje' wordt vaak gebruikt om iets klein of schattig aan te duiden, vooral bij kinderen of als iets lief bedoeld is.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
wollen muts
een muts gemaakt van wol
bivakmuts
een muts die het hele hoofd bedekt, behalve de ogen, vaak gebruikt door skiërs of criminelen
mutshoed
een combinatie van een muts en een hoed
Veelgebruikte woordcombinaties
opzetten
Het werkwoord 'opzetten' wordt vaak gebruikt met kledingstukken die je op je hoofd draagt, zoals een muts.
afzetten
Het werkwoord 'afzetten' betekent dat je de muts van je hoofd haalt.
warme muts
De combinatie 'warme muts' benadrukt dat de muts bedoeld is om warm te houden.
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Muts' is een telbaar zelfstandig naamwoord. Je kunt dus zeggen 'één muts', 'twee mutsen', enzovoort.
- irregular:De meervoudsvorm van 'muts' is regelmatig: 'muts' wordt 'muts**en**'. Er zijn geen onregelmatigheden.
- countability:'Muts' is altijd telbaar. Je gebruikt het niet in een ontelbare vorm (bijv. 'Ik heb muts' is niet correct).
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.