Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de nabijste garage' of 'een nabij café', gebruik je 'nabijste' of 'nabij' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de nabijste
- "De nabijste winkel is gesloten."
- Met onbepaald lidwoord
- een nabij
- "We gaan naar een nabij café."
- Zonder lidwoord
- nabij
- "Het is nabij hier."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' gebruik je altijd 'nabij': De school is nabij.
Vergrotende trap
Als je iets vergelijkt, gebruik je 'nader': Dit boek is nader dan dat boek in de bibliotheek.
- Grondvorm
- nader
- "Dit is nader aan de waarheid."
- Met "dan"
- nader dan
- "Dit is nader dan ik dacht."
Overtreffende trap
Voor de hoogste graad gebruik je 'naaste': Hij is mijn naaste vriend.
- Attributief
- naaste
- "Mijn naaste vrienden komen op bezoek."
- Predicatief
- naaste
- "Ik ben met mijn naaste vrienden."
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Na' kan verschillende betekenissen en toepassingen hebben, let op de context.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.