🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de nabijste garage' of 'een nabij café', gebruik je 'nabijste' of 'nabij' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de nabijste
"De nabijste winkel is gesloten."
Met onbepaald lidwoord
een nabij
"We gaan naar een nabij café."
Zonder lidwoord
nabij
"Het is nabij hier."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' gebruik je altijd 'nabij': De school is nabij.

nabij
"De supermarkt is nabij."

Vergrotende trap

Als je iets vergelijkt, gebruik je 'nader': Dit boek is nader dan dat boek in de bibliotheek.

Grondvorm
nader
"Dit is nader aan de waarheid."
Met "dan"
nader dan
"Dit is nader dan ik dacht."

Overtreffende trap

Voor de hoogste graad gebruik je 'naaste': Hij is mijn naaste vriend.

Attributief
naaste
"Mijn naaste vrienden komen op bezoek."
Predicatief
naaste
"Ik ben met mijn naaste vrienden."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:'Na' kan verschillende betekenissen en toepassingen hebben, let op de context.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.