Nabij
Attributieve vormen
Als je 'nabij' voor een zelfstandig naamwoord zet, gebruik je meestal 'nabije'. Bijvoorbeeld: 'de nabije school' of 'een nabije vriend'. In sommige vaste uitdrukkingen gebruik je alleen 'nabij', zoals 'nabij water'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'nabij'. Bijvoorbeeld: 'Het park is nabij' of 'De vakantie wordt nabij'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets dichterbij is, gebruik je 'nabijer' of 'nabijere'. Bijvoorbeeld: 'Deze winkel is nabijer' of 'Dit is de nabijere route'.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor het dichtstbij zeg je 'nabijst' of 'nabijste'. Bijvoorbeeld: 'Dit is het nabijst' of 'Dit is de nabijste bushalte'.
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- spelling:In de stellende trap wordt 'nabij' soms zonder -e gebruikt, vooral in formele of vaste uitdrukkingen zoals 'nabij water'.
- usage:'Nabij' wordt vaak gebruikt om fysieke afstand aan te geven, maar kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld: 'De deadline is nabij'.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.