Narren
WerkwoordA2
Voltooid deelwoord
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Gebiedende wijs
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij
zij / ze
het
wij / we
jullie
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie
Voorbeelden
Blijf leren
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.