Enkelvoudsvormen
Natuurkunde is een zelfstandig naamwoord en betekent de studie van de natuur.
- Bepaald (de/het)
- de natuurkunde
- "De natuurkunde is een lastig vak."
- Onbepaald (een)
- een natuurkunde
- "Een natuurkunde-examen is vaak uitdagend."
- Zonder lidwoord
- natuurkunde
- "Natuurkunde is belangrijk voor techniek."
Meervoudsvormen
Natuurkunde is meestal niet in de meervoudsvorm, maar kan in de betekenis van 'verzamelingen van studies' worden gebruikt.
- Bepaald (de)
- de natuurkunsten
- "De natuurkunsten zijn belangrijk voor de wetenschap."
- Zonder lidwoord
- natuurkunsten
- "Er zijn verschillende natuurkunsten."
Verkleinwoord
Het diminutief wordt zelden gebruikt en kan schattig of speels overkomen.
informeel
Veelgebruikte samenstellingen
natuurkundige
"De natuurkundige deed een experiment in het lab."
een persoon die natuurkunde studeert of beoefent
natuurkundeboek
"Ik heb een nieuw natuurkundeboek gekocht."
een boek over natuurkunde
Veelgebruikte woordcombinaties
natuurkunde lessen
"Tijdens de natuurkunde lessen leren we over krachten."
Dit geeft aan dat de lessen specifiek gericht zijn op het onderwerp natuurkunde.
natuurkunde opdrachten
"Ik moet de natuurkunde opdrachten afmaken voor morgen."
Opdrachten zijn meestal taken die in de context van het vak natuurkunde worden gegeven.
Belangrijke opmerkingen
- countability:Natuurkunde is over het algemeen een onmeetbaar zelfstandig naamwoord.
- register:In formele teksten zoals rapporten wordt 'natuurkunde' gebruikt, terwijl 'natuurkunde lessen' en 'natuurkunde opdrachten' ook in informele situaties veel voorkomen.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.