Neervallen
Hulpwerkwoord
zijn
onregelmatig werkwoord, scheidbaar samengesteld werkwoord
Het werkwoord 'neervallen' wordt vaak gebruikt om een plotselinge, onbedoelde beweging naar de grond te beschrijven, vaak door uitputting, struikelen of emotie.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik val neer op de bank na het werk.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij viel neer toen hij de finish bereikte.
verleden tijd, aantonende wijs
Zij is van haar fiets neergevallen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Val neer als je niet meer kunt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.