Noden
Hulpwerkwoord
hebben
zwak werkwoord met onregelmatige derde persoon enkelvoud in de tegenwoordige tijd
Het werkwoord 'noden' betekent 'uitnodigen' en wordt vaak gebruikt in formele of beleefde contexten.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
u
Voorbeelden
Ik nod mijn buren elk jaar uit voor het buurtfeest.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Heb je al je vrienden genood voor je verjaardag?
voltooide tijd, aantonende wijs
Als je iemand node, wees dan duidelijk over de tijd en plaats.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Nood je familie voor het avondeten!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.