NEDERLANDS
🇳🇱

Nuttigen

WerkwoordB1

Hulpwerkwoord

hebben

regelmatig werkwoord

Het werkwoord 'nuttigen' wordt vaak gebruikt in formele of beleefde contexten, vooral in relatie tot eten en drinken. In alledaagse spreektaal wordt vaker 'eten' of 'drinken' gebruikt.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik nuttig elke dag een appel als tussendoortje.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je al iets genuttigd vandaag?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Nuttig je soep voordat hij koud wordt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • De koning nuttigde een banket met zijn gasten.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.