Omkopen
Hulpwerkwoord
hebben
overgankelijk werkwoord (iemand omkopen met iets)
Het werkwoord 'omkopen' heeft een sterk negatieve connotatie en verwijst naar het illegaal beïnvloeden van iemand met geld of giften om een voordeel te verkrijgen.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik
jij / je
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
De zakenman **koopt** de ambtenaar **om** om het contract te krijgen.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Vorige week **kocht** hij de rechter **om** met een dure auto.
verleden tijd, aantonende wijs
De politicus is **omgekocht** door een groot bedrijf.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
**Koop** die bewaker **om**, zodat we binnen kunnen komen!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Hoewel **hij omkope**, zou hij nog steeds gestraft kunnen worden.
tegenwoordige tijd, aanvoegende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.