Bijvoeglijk naamwoord
Attributieve vormen
Als je zegt 'de ongestelde vrouw' of 'een ongestelde meid', gebruik je 'ongesteld' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- de ongestelde
- "De ongestelde vrouw heeft klachten."
- Met onbepaald lidwoord
- een ongestelde
- "Een ongestelde meid voelt zich niet goed."
- Zonder lidwoord
- ongesteld
- "Ongesteld zijn kan vervelend zijn."
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'ongesteld': Zij is ongesteld.
Vergrotende trap
Voor de vergrotende trap gebruik je meer of ongesteldere: 'Zij voelt zich meer ongesteld dan gisteren.'
- Grondvorm
- ongesteldere
- "Zij voelde zich ongesteldere dan de vorige keer."
- Met "dan"
- meer ongesteld
- "Zij voelt zich meer ongesteld dan normaal."
Overtreffende trap
Voor de overtreffende trap gebruik je 'de ongesteldste' of 'ongesteldst': 'Zij is de ongesteldste van de klas.'
- Attributief
- de ongesteldste
- "Zij is de ongesteldste van de groep."
- Predicatief
- ongesteldst
- "Zij voelt zich ongesteldst vandaag."
Belangrijke opmerkingen
- usage:Het woord 'ongesteld' wordt vaak gebruikt in de context van menstruatie.
- irregular:De comparatieve en superlatieve vormen zijn niet heel gebruikelijk, omdat 'ongesteld' doorgaans wordt gebruikt zonder gradatie.
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.