🇳🇱
Bijvoeglijk naamwoord

Attributieve vormen

Als je zegt 'de ongestelde vrouw' of 'een ongestelde meid', gebruik je 'ongesteld' vóór het zelfstandig naamwoord.

Met bepaald lidwoord
de ongestelde
"De ongestelde vrouw heeft klachten."
Met onbepaald lidwoord
een ongestelde
"Een ongestelde meid voelt zich niet goed."
Zonder lidwoord
ongesteld
"Ongesteld zijn kan vervelend zijn."

Predicatieve vorm

Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'ongesteld': Zij is ongesteld.

ongesteld
"Zij is ongesteld."

Vergrotende trap

Voor de vergrotende trap gebruik je meer of ongesteldere: 'Zij voelt zich meer ongesteld dan gisteren.'

Grondvorm
ongesteldere
"Zij voelde zich ongesteldere dan de vorige keer."
Met "dan"
meer ongesteld
"Zij voelt zich meer ongesteld dan normaal."

Overtreffende trap

Voor de overtreffende trap gebruik je 'de ongesteldste' of 'ongesteldst': 'Zij is de ongesteldste van de klas.'

Attributief
de ongesteldste
"Zij is de ongesteldste van de groep."
Predicatief
ongesteldst
"Zij voelt zich ongesteldst vandaag."

Belangrijke opmerkingen

  • usage:Het woord 'ongesteld' wordt vaak gebruikt in de context van menstruatie.
  • irregular:De comparatieve en superlatieve vormen zijn niet heel gebruikelijk, omdat 'ongesteld' doorgaans wordt gebruikt zonder gradatie.

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.