Ongewapend
Attributieve vormen
Als je 'ongewapend' vóór een zelfstandig naamwoord gebruikt, zeg je meestal 'ongewapende'. Bijvoorbeeld: 'de ongewapende agent' of 'een ongewapende burger'. In zinnen zonder lidwoord (zoals borden of regels) gebruik je 'ongewapend': 'Ongewapend toegestaan'.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na werkwoorden zoals 'zijn', 'worden' of 'blijven' gebruik je altijd 'ongewapend'. Bijvoorbeeld: 'De man was ongewapend' of 'De situatie blijft ongewapend'.
Vergrotende trap
Om te zeggen dat iets of iemand *minder gewapend* is dan iets of iemand anders, gebruik je 'ongewapender'. Bijvoorbeeld: 'Hij is ongewapender dan zijn broer'. Je kunt ook 'minder ongewapend' zeggen, maar dat is minder gebruikelijk.
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Voor de overtreffende trap gebruik je 'meest ongewapend' of 'meest ongewapende'. Bijvoorbeeld: 'Dit is de meest ongewapende persoon hier' (predicatief) of 'Dit is de meest ongewapende situatie' (attributief).
- Attributief
- Predicatief
Belangrijke opmerkingen
- usage:'Ongewapend' wordt vaak gebruikt in contexten van veiligheid, politie of militaire situaties. Het betekent dat iemand geen wapens bij zich heeft.
- spelling:Let op: in de stellende trap krijgt het adjectief een -e in de attributieve vorm (ongewapende), behalve in de 'bare' vorm (ongewapend).
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.