Ontsnappen
Hulpwerkwoord
zijn
onovergankelijk werkwoord (kan zowel met 'hebben' als 'zijn' in de voltooide tijd, afhankelijk van de context)
Het werkwoord 'ontsnappen' kan zowel letterlijk (fysiek ontsnappen) als figuurlijk (aan een situatie ontsnappen) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
u
hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik ontsnap elke zomer naar Frankrijk om te ontspannen. (I escape to France every summer to relax.)
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
De dief ontsnapte voordat de politie arriveerde. (The thief escaped before the police arrived.)
verleden tijd, aantonende wijs
Hij is gisteren uit de gevangenis ontsnapt. (He escaped from prison yesterday.)
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Ontsnap nu het nog kan! (Escape now while you still can!)
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.