🇳🇱

Verleden tijd

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het

  • wij / we, jullie, zij / ze

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voorbeelden

  • Ik heb nieuwe ideeën opgedaan tijdens de workshop en die wil ik toepassen in mijn project.

    voltooid deelwoord, neutraal

  • Door het lezen van boeken doe ik nieuwe kennis op die mij helpt in mijn studie.

    tegenwoordige tijd, neutraal

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.