Openen
WerkwoordA1
Infinitief
Tegenwoordig deelwoord
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je, u
wij / we
jullie
zij / ze, hij, het
Verleden tijd
ik
jij / je, u
hij
zij / ze
wij / we
jullie
zij / ze
Voltooid deelwoord
Aanvoegende wijs
Gebiedende wijs
Voorbeelden
Het restaurant opent morgen om 9 uur.
tegenwoordige tijd, indicatief
Zij heeft de presentatie geopend met een mooie afbeelding.
voltooid deelwoord, indicatief
Als hij opende, was het onverwachts.
verleden tijd, indicatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.