🇳🇱

Infinitief

Tegenwoordig deelwoord

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze, hij, het

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je, u

  • hij

  • zij / ze

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Aanvoegende wijs

Gebiedende wijs

Voorbeelden

  • Het restaurant opent morgen om 9 uur.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Zij heeft de presentatie geopend met een mooie afbeelding.

    voltooid deelwoord, indicatief

  • Als hij opende, was het onverwachts.

    verleden tijd, indicatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.