Opgelucht
Bijvoeglijk naamwoordA2
Attributieve vormen
Als je zegt 'de opgeluchte persoon' of 'een opgeluchte vrouw', gebruik je 'opgeluchte' vóór het zelfstandig naamwoord.
- Met bepaald lidwoord
- Met onbepaald lidwoord
- Zonder lidwoord
Predicatieve vorm
Na 'zijn' of 'worden' gebruik je altijd 'opgelucht': De baby is opgelucht.
Vergrotende trap
Als je 'meer opgelucht' zegt, dan vergelijk je twee mensen. 'Hij is meer opgelucht dan zij.'
- Grondvorm
- Met "dan"
Overtreffende trap
Bij 'de meest opgeluchte' vergelijk je drie of meer mensen. 'Zij is de meest opgeluchte van de groep.'
- Attributief
- Predicatief
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.