NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

overgankelijk werkwoord, scheidbaar werkwoord

'Opwachten' betekent wachten op iemand of iets op een specifieke plek, vaak met de intentie om die persoon of dat ding te ontmoeten of te ontvangen.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik

  • jij / je

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je

  • u

  • jullie

Voorbeelden

  • Ik wacht op mijn vriendin voor het café.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Heb je gisteren op mij opgewacht bij de bioscoop?

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wacht op mij voordat je vertrekt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

  • Zij wachtte op de bus toen het begon te regenen.

    verleden tijd, aantonende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.