Opzeggen
Hulpwerkwoord
hebben
Scheidbaar werkwoord, regelmatig en onregelmatig (sterk en zwak)
Het werkwoord 'opzeggen' wordt vaak gebruikt in formele contexten, zoals het beëindigen van contracten, abonnementen of lidmaatschappen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld bij het opzeggen van trouw of steun.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Verleden tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
ik
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik zeg mijn abonnement op omdat het te duur is.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn baan opgezegd na tien jaar.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Wij zegden de huur op toen we verhuisden.
verleden tijd, aantonende wijs
Zeg dat abonnement op voordat je meer geld kwijtraakt!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.