NEDERLANDS
🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

Scheidbaar werkwoord, regelmatig en onregelmatig (sterk en zwak)

Het werkwoord 'opzeggen' wordt vaak gebruikt in formele contexten, zoals het beëindigen van contracten, abonnementen of lidmaatschappen. Het kan ook figuurlijk gebruikt worden, bijvoorbeeld bij het opzeggen van trouw of steun.

Infinitief

Tegenwoordige tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

Voltooid deelwoord

Tegenwoordig deelwoord

Aanvoegende wijs

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij, zij / ze, het

  • wij / we

  • jullie

  • ik

Gebiedende wijs

  • jij / je, u, jullie

Voorbeelden

  • Ik zeg mijn abonnement op omdat het te duur is.

    tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Hij heeft zijn baan opgezegd na tien jaar.

    voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs

  • Wij zegden de huur op toen we verhuisden.

    verleden tijd, aantonende wijs

  • Zeg dat abonnement op voordat je meer geld kwijtraakt!

    tegenwoordige tijd, gebiedende wijs

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.