🇳🇱

Hulpwerkwoord

hebben

werkwoord

De actie van iets vastleggen of registreren, meestal geluid of beeld.

Verleden tijd

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Tegenwoordig deelwoord

  • ik

  • jij / je

  • u

  • hij

  • zij / ze

  • het

  • wij / we

  • jullie

  • zij / ze

Gebiedende wijs

  • jij / je

  • u

Infinitief

Voltooid deelwoord

  • ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze

Aanvoegende wijs

Voorbeelden

  • Ik neem de opname morgen.

    tegenwoordige tijd, indicatief

  • Ik heb het gesprek opgenomen.

    voltooid deelwoord, indicatief

Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.