Oppakken
Hulpwerkwoord
hebben
scheidbaar werkwoord, regelmatig (met uitzondering van de verleden tijd en voltooid deelwoord)
'Oppakken' kan zowel letterlijk (iets fysieks oppakken) als figuurlijk (een taak of gewoonte oppakken) gebruikt worden.
Infinitief
Tegenwoordige tijd
ik
jij / je
u
hij, zij / ze, het
wij / we
jullie
zij / ze
Verleden tijd
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het
wij / we, jullie, zij / ze
Voltooid deelwoord
Tegenwoordig deelwoord
Aanvoegende wijs
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
ik, jij / je, u, hij, zij / ze, het, wij / we, jullie, zij / ze
Gebiedende wijs
jij / je, u, jullie
Voorbeelden
Ik pak mijn telefoon op als hij overgaat.
tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Hij heeft zijn studie weer opgepakt na een jaar reizen.
voltooid tegenwoordige tijd, aantonende wijs
Pak je tas op en kom mee!
tegenwoordige tijd, gebiedende wijs
Zij pakte de draad van haar oude hobby weer op.
verleden tijd, aantonende wijs
Ik heb dit woordenboek gebouwd als de meest complete Nederlandse leermiddel in zijn soort. Definities en voorbeelden zijn gegenereerd, dus je kunt af en toe een foutje tegenkomen — vertrouw op je gevoel.